Steen

 

De meest voorkomende steensoort in de prehistorie is vuursteen, het "staal" van de Steentijd. Vooral op de mesolitische vindplaatsen wordt veel vuursteen gevonden. Een deel daarvan heeft de vuursteensmid opgeraapt in de directe omgeving. Sinds kort is bekend dat in het Vloot(beek)dal vuursteen voorkomt die door de oude rivier (Roer) is aangevoerd. Enkele zijriviertjes daarvan, zoals de Wurm en de Inde stroomden door of langs bekende vuursteengebieden zoals Vetschau en Orsbach en de Lousberg bij Aken.

Een zeer fraaie en kwalitatief uitstekende vuursteen is uit verdere streken aangevoerd.  Een vergelijkbare vuursteensoort heb ik gevonden op de website flintsource. Volgens sommige deskundigen kan de vuurtsteensoort ook afkomstig zijn uit de buurt van Luik. In ieder geval heeft de mesolithische mens die ver moeten weghalen. Op veel mesolithische vindplaatsen in het Vlootdal komen artefacten voor gemaakt uit deze glasachtige, lichtdoorlatende vuursteensoort die vaak door de inwerking van oer oranjebruin of rood is gepatineerd.

Hieronder ziet u een aantal werktuigen van deze fraaie vuursteen. 

 

 

 

Image

Image

Image

Een kernsteen met een daaraan passende afslag

Image

Image

Een typische Bandkeramiek spits uit het Vroeg-Neolithicum

Image

Image

Een Mesolithische RA dubbelsteker

Image

Vuursteen is ontstaan in het krijt zo'n 70 miljoen jaar geleden. Het komt voor in banken, platen of knollen. Was vuursteen de schrik van de mergelwinners vanaf de Romeinse tijd en later, in de prehistorie was juist het vuursteen begeerd en werd dit ruim 6000 jaar geleden al door middel van mijnbouw gedolven uit de mergel. Zo zijn in Nederland mijnen bekend in Rijckholt en Valkenbug. Vuursteen verschilt nogal in kwaliteit, samenstelling en kleur en is vaak herkenbaar naar de plaats waar de soort voorkomt en wordt dan ook benoemd naar die plaats of het gebied van herkomst. Hieronder ziet u voorbeelden van een aantal herkenbare vuursteensoorten. Rijckholt vuursteen is gedolven in onderaardse mijngangen in de mergel en is grijs, blauwgrijs  tot donkergrijs gekleurd. Het werd ter plaatse voorbewerkt tot ruwe bijlvormen en grote klingen en als zodanig tot in verre streken verhandeld. Zo is er Rijckholt vuursteen teruggevonden tot aan de Bodensee.

RIJCKHOLT VUURSTEEN

Image

Image

Glanspatine

Soms zijn er ook sporen van gebruik op een werktuig aanwezig zoals op onderstaande kling langs de snijrand een glanspatine voorkomt die lijkt op kleurloze nagellak en die veroorzaakt is door het snijden van granen of riet.

Image

De hieronder afgebeelde kernen zijn afkomstig uit de buurt van de vuursteenmijnen in Rijckholt-St.Geertruid. (voorbeelden uit Roerstreekmuseum)

Image

SPIENNES VUURSTEEN Onderstaande gebroken en kennelijk afgekeurde halffabrikaten van bijlen zijn afkomstig uit de buurt van de vuursteenmijnen van Spiennes in België. (Voorbeelden uit Roerstreekmuseum) 

Image

 

RULLEN VUURSTEEN 

Uit de gelijknamige plaats in de Voerstreek van Belgie. Soms moeilijk herkenbare vuursteensoort. Komt hier niet zoveel voor. Deze afgebeelde "verse" exemplaren zijn afkomstig uit de buurt van Rullen.  (voorbeelden uit Roerstreekmuseum)

Image

Soms worden ook werktuigen gevonden die vervaardigd zijn van vuursteen van verdere afkomst. Vaak is dat vuursteen van zeer goede kwaliteit waarmee vooral grotere werktuigen zoals messen en bijlen vervaardigd konden worden. Het vuursteen werd vaak over grote afstand verhandeld. Hieronder worden twee vuursteensoorten uit Noord en Midden Frankrijk beschreven.

GRAND PRESSIGNY VUURSTEEN 

Afkomstig uit het gelijknamige Kanton en plaats Le Grand Pressigny in Midden-Frankrijk. Kwalitatief goede vuursteensoort van oranjebruin tot honingkleurig. Soms herkenbaar aan de  suikerkorrelachtige glimmers die zichtbaar worden als de steen schuin tegen het licht wordt gehouden. Ook kenmerkend zijn de zorgvuldig geprepareerde grote kernstenen (livres de beurre) waarvan grote klingen werden vervaardigd die vaak geslepen en gepolijst in late bekercultuurgraven zijn teruggevonden.

De afgebeelde grote kern komt uit de buurt van Grand Pressigny (uit Roerstreekmuseum). 

Image

Slechts één artefact uit mijn gebied zou van Grand Pressigny vuursteen kunnen zijn, een honingkleurige a-typische pijlpunt

      Image 

ROMIGNY- LHÉRY VUURSTEEN

Afkomstig uit de Champagnestreek in Noord-Frankrijk. De bijzonderheid van deze vuursteen is dat hij niet is ontstaan in een zoutwatermilieu maar in zoetwater in het Tertiair. Dit is af te leiden uit de zoetwaterorganismen de zgn. Charophyten die soms in de vorm van ronde insluitingen in de silex aanwezig zijn. Soms zijn ook lichte zwakke banderingen aanwezig. Ook van deze vuursteensoort werden in het Neolithicum grote klingen, al dan niet gepolijst, in late bekercultuurgraven teruggevonden (onderstaande spitskling is uit het Roerstreekmuseum een vondst uit Maria-Hoop)

ImageImage

Slechts enkele afslagen en een pijlpunt uit mijn gebied zouden tot de Romigny Lhéry vuursteen gerekend kunnen worden.

Image

 

De volgende Nederlandse vuursteensoort is Valkenburg vuursteen. Ook deze vuursteen komt uit mijngangen en is grofkorreliger van structuur. Er werden vaak grote, vrij grove bijlen van vervaardigd. Ook Valkenburg vuursteen wordt ver van de delfplaats teruggevonden zoals bijvoorbeeld in Luxemburg en Drenthe.

VALKENBURG VUURSTEEN

Image

Image

Een derde wingebied van herkenbare vuursteen ligt rond Aken/Vaals. Met name van vuursteen afkomstig van de Lousberg bij Aken zijn vooral veel bijlen bekend en over een groot gebied verspreid.

LOUSBERG VUURSTEEN

Image

Image

Image

Image 

Onbewerkte afslagen/halfproducten Lousberg vuursteen

Image

Image

 Gebroken bijlen en halfproducten Lousberg vuursteen

                Image

Naast bovenstaande Franse en Zuid-Limburgse winplaatsen is nog herkenbare vuursteen van andere plaatsen bekend. Ook werktuigen uit Belgische silex worden hier gevonden. Met name het zgn "Belgisch Grijs" is relatief veel voorhanden o.a. in de vorm van geslepen bijlen. De exacte winplaats hiervan is niet bekend maar men vermoedt dat die gezocht moet worden in de buurt van Luik

BELGISCH GRIJS VUURSTEEN

Image

Bijl van Licht Belgisch Grijze vuursteen

Image

In het Laat-Paleolithicum werd een vuursteensoort gebruikt die zwart/grijs gekleurd is en die een witte ruwe cortex heeft met scherpe diepe randen. Daardoor moest veel van de kern verwijderd worden om o.a. klingen te kunnen maken van goede kwaliteit. De vuursteeen komt veel voor in de buurt van Orsbach en Vetschau bij Aken en wordt daar ook naar vernoemd. Ook in Zuid limburg o.a. in de buurt van Eijs dagzoomt deze vuursteensoort zodat het moeilijk is te bepalen waar de preciese oorsprong ligt. O.a stekers en pijlpunten (Tjonger spitsen) zijn voorkomende werktuigen van deze vuursteensoort.

VETSCHAU VUURSTEEN

Image

SIMPELVELD VUURSTEEN

Een vuursteensoort die uit de buurt van Simpelveld komt en herkenbaar is door de gelaagdheid waardoor op doorsnede een gebandeerd beeld ontstaat. Als daar b.v.b een bijltje van wordt gemaakt ontstaat er een fraai patroon. (De roestbruine streep is het schampspoor van een landbouwwerktuig)

Image

Vuursteen verkleurt soms door de inwerking van zuren en mineralen in de grond. Zo  ontstaat bijvoorbeeld door ijzeroer een oranjebruine patine op de vaak van oorsprong grijze vuursteen.

                                Image

OBOURG VUURSTEEN 

Fijnkorrelige glasachtige vuursteen uit de buurt van de gelijknamige plaats in Midden-Belgie. Image 

Image 

Naast deze vuursteensoorten werd ook lokale vuursteen die langs Maas of Roer werd opgeraapt gebruikt voor het maken van werktuigen. Doordat deze vuursteen een lange weg door de rivieren heeft afgelegd is de kwalteit vaak veel minder dan de "verse' vuursteen. Van kleine gerolde vuursteentjes werden vaak kleine krabbertjes gemaakt die goed herkenbaar zijn door de typische cortex. Misschien zijn daar ook andere werktuigjes van gemaakt maar zonder de typische cortex zijn die dan niet of moeilijk herkenbaar. Men noemt deze vuursteentjes "Maaseitjes" omdat ze veel in het maasgrind voorkomen. Sinds kort is bekend dat ook in het Vlootbeekdal (een oud Roerdal) van natura gerolde vuursteen voorkomt die met name in het Mesolithicum is gebruikt. Ook hier bevinden zich "Maaseitjes" tussen die dus eigenlijk "Roereitjes" genoemd zouden moeten worden ! In ruwe onbewerkte vorm komen exemplaren voor die inderdaad op een ei lijken.

MAASEITJES

Image

Naast bovenstaande soorten heeft de prehistorische mens ook wel eens vuursteen gebruikt die door zijn voorgangers al eens is gebruikt. Dit is te zien aan het verschil in de patinering van het werktuig.

HERGEBRUIKT VUURSTEEN

Image 

Image 

Image 

Image

Een bijzondere steensoort die we in het Mesolithicum tegenkomen is Wommersom Kwartsiet. Deze steensoort dagzoomt, voor zover nu bekend, alleen maar in Wommersom een plaats in de buurt van Tienen in Midden Belgie. De steensoort kent weinig verontreiniging en is net zo goed of misschien nog beter bewerkbaar dan vuursteen. Uitermate geschikt voor het maken van kleine werktuigen zoals microlietische spitsjes. Voor en na het Mesolithicum wordt de steensoort nauwelijks gebruikt. Het is dus een gidsartefact geworden voor het Mesolithicum.

WOMMERSOM KWARTSIET

Image

Image

Trapezium Wommersom Kwartsiet

Image

Buiten vuursteen werden ook nog andere steensoorten gebruikt voor het maken van werktuigen. Vooral geslepen bijlen werden vaak van een ander taai gesteente gemaakt. Zo komen in mijn gebied bijltjes voor van amfiboliet, kwartsiet, tonschiefer en een heel bijzonder bijltje van jadeiet.

Amfiboliet is een taai stollingsgesteente. In Nederland komt het van nature niet voor behoudens de zwerfstenen die in de ijstijden vanuit de Scandinavische landen door gletsjers zijn meegevoerd en in Noord Nederland terecht zijn gekomen. In het Neolithicum (Nieuwe Steentijd) is amfiboliet gebruikt voor het maken van werktuigen. Al in het Vroeg-Neolithicum (ongeveer 7000 jaar geleden) maakten Bandkeramiekers  er dissels van waarmee hout werd bewerkt. Op de vruchtbare lössgronden in Zuid Limburg waar ze hun nederzettingen  hadden en in hun grafvelden worden ze vaak teruggevonden. Maar ook buiten het lössgebied zijn elders in Nederland dissels en andere bijlvormen gemaakt van amfiboliet gevonden. Deze amfiboliet stamt uit Centraal Europa en is waarschijnlijk van daar door de Bandkeramiekers op hun zoektocht naar vruchtbare gronden hier naar toe gebracht en verhandeld. Zo zijn er buiten hun nederzettingsterreinen op zandgronden in de buurt van Posterholt een drietal exemplaren van amfiboliet gevonden. Ook in het Midden en Laat Neolithicum komen bijlen en strijdhamers van amfiboliet nog voor. De grondstof moet dus ook toen uit Centraal Europa zijn verhandeld. 

TWEE BIJLTJES EN EEN DISSELTJE VAN AMFIBOLIET

Image

BIJLTJE AMFIBOLIET

Image

  

BIJLTJES VAN TONSCHIEFER (LEIACHTIG GESTEENTE)

 

Image  

BIJLEN VAN KWARTSIET

Image

BIJLTJE VAN JADEIET (grondstof wordt gevonden in het Noorden van Italie)

Image

Bijltje in Roerstreekmuseum

Image

Bijltje van basalt

Image

Voor maalstenen en polijststenen werd ook vaak kwartsiet maar ook andere steensoorten zoals kiezelconglomeraat, zandsteen en in een bijzonder geval porfier van Mairus gebruikt.

POLIJSTSTEEN 

Polijststeen van kwartsiet met bijltje van Simpelveldvuursteen

Image

Image

 

MAALSTEEN (LOPER) VAN ZANDSTEEN

 

 

Image  

MAALSTEEN PORFIER VAN MAIRUS (Mairus ligt langs de Maas in Noord-Frankrijk tussen Laifour en Deville)

Image

 

AAMBEELDJE MET DEL OP ALLE VLAKKEN

Image

Image

 

“ Geröllkeule “

 

Image

 

Image

LYDIET

 

Met name in het Vroeg-Neolithicum (Bandkeramiek) werden o.a. dissels vervaardigd van lydiet. Dit is een intens zwart sedimentair gesteente dat ook wordt gebruikt als toetssteen voor goud. Dissels lydiet Roerstreekmuseum

Image

PFTANIET 'd OTTIGNIES

Een op lydiet lijkend gesteente gevormd door verkiezelde leisteen uit de gelijknamige plaats in Midden-Belgie

Fragment van een dissel?

Image

Image

Maalstenen worden regelmatig teruggevonden op of langs akkers. Als de boer ze omhoog ploegt worden ze vaak niet als zodanig herkend en langs de akker neergelegd. Ze komen al voor vanaf het begin van het Neolithicum (bandkeramiek) toen men granen is gaan verbouwen. Ongemalen of ongeplet graan verteert niet of nauwelijks vandaar dat men het is gaan pletten (b.v. havermout) of gaan malen (meel). Men maalde het graan door het tussen twee ruw gemaakte stenen, een ligger en een loper, met een heen en weer gaande beweging fijn te wrijven. Soms ziet men dit heden ten dagen nog door primitieve volken zo doen. Deze methode werd tot in de Romeinse tijd toegepast. De Romeinen gebruikten ronde stenen waarbij de bovenliggende, de loper, aan een handvat werd rondgedraaid. Hoewel maalstenen niet zelden worden teruggevonden is het vinden van een complete set van loper en ligger dat wel.

Passende set maalstenen van dezelfde steensoort.

Image

Image

Image

Tekening maalsteenset

Image